Besluit met uitleg over pensioenregelingen

14 mei 2007

In een vraag- en antwoordbesluit geeft de staatssecretaris van Financiën een toelichting op de wet fiscale behandeling van pensioenen. Die wet is per 1 juni 1999 in de wet op de loonbelasting verwerkt. De volgende onderwerpen worden besproken:1. Wijzigingen in de uitvoering van een pensioenregeling door de pensioenuitvoerder en de pensioengerechtigde na het einde van de dienstbetrekking zijn toegestaan als ze niet in strijd zijn met de voorwaarden en grenzen van de Wet op de loonbelasting. 2. Restbegunstiging in een pensioenregeling is toegestaan in uitzonderlijke gevallen. Daarvan is slechts sprake in de opbouwfase en alleen voor werknemers met een partner. 3. Vervroeging van de in de regeling vastgestelde pensioendatum terwijl de dienstbetrekking na die datum onverkort wordt voortgezet is niet toegestaan.4. Samenloop van een (aanvullend) arbeidsongeschiktheidspensioen met een ouderdomspensioen of met een prepensioen is mogelijk. De uitkeringen na pensioeningangsdatum mogen door de samenloop niet hoger zijn dan voor die tijd.5. Uiterlijk op 1 juni 2004 moet het opbouwpercentage van op 1 juni 1999 bestaande pensioenregelingen op basis van het eindloonstelsel van 2,33% per dienstjaar worden verlaagd tot maximaal 2% per dienstjaar. Salarisverhogingen na de aanpassing kunnen niet leiden tot een backservice tegen 2,33% over de jaren vóór aanpassing.6. Samenloop van een WAO- of WAZ-uitkering met een vóór 65 jaar ingaand ouderdomspensioen of met een prepensioen is mogelijk zonder dat korting of beëindiging van een van de regelingen nodig is. Uitstel van pensioen in verband met het genieten van een WAO- of WAZ-uitkering is niet toegestaan.7. Als de werkgever een minimumrendement garandeert in de pensioenregeling bestaat de kans, dat door het bijstorten van premies de grenzen van de wet op de loonbelasting worden overschreden. Dat maakt de pensioenregeling onzuiver. Als de pensioenverzekeraar een minimumrendement garandeert is de pensioenregeling niet onzuiver als de werkgever en/of de werknemer geen aanvullende bedragen behoeven te storten.8. De meeverzekerde premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid in een beschikbare premieregeling mag uitsluitend de premie voor de opbouw van de pensioenrechten zelf betreffen.9. Bij het bereiken van de 100%-grens in eind- en middelloonregelingen moet het pensioen op dat moment ingaan, tenzij de leeftijd van 65 jaar nog niet is bereikt. Bij het bereiken van de 100%-grens voor 65 jaar mag worden doorgewerkt en het pensioen worden uitgesteld tot 65 jaar zonder verdere opbouw en oprenting. Wel mag het pensioen stijgen als gevolg van een verhoging van het pensioengevend loon na het bereiken van de 100%-grens. Als deze stijgingen van het pensioengevend loon zich in een eindloonregeling voordoen in de laatste vijf jaren vóór de pensioendatum worden ze gemaximeerd.10. Uitstel van de in de regeling vastgestelde pensioendatum is toegestaan met inachtneming van de in wet genoemde uiterste ingangsdata.11. Ouderdomspensioen en in deeltijd doorwerken na de in de regeling vastgestelde pensioendatum is toegestaan, als het pensioen wordt uitgesteld voor het gedeelte waarvoor wordt doorgewerkt.12. Uitstel van de in de pensioenregeling vastgestelde pensioendatum voor slapersrechten is mogelijk als wordt doorgewerkt in een dienstbetrekking bij een andere werkgever.13. Als het ouderdomspensioen eerder ingaat dan op 60-jarige leeftijd vindt actuariële herrekening van het pensioen plaats. Het nabestaandenpensioen wordt daardoor verlaagd. Dat kan op twee manieren: aanpassing aan het lagere aantal (bereikbare) dienstjaren of handhaving van de oorspronkelijke verhouding tussen ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. Dat leidt tot een dubbele verlaging van het nabestaandenpensioen, omdat ook ruil van nabestaandenpensioen naar ouderdomspensioen plaatsvindt.14. De Wet op de loonbelasting schrijft geen minimale AOW-inbouw voor. Voor het toetsen aan de in de wet opgenomen maxima geldt een minimale AOW-inbouw. Dat betekent, dat een lagere AOW-inbouw niet altijd inhoudt dat het pensioen onzuiver wordt.15. Bij een werknemer, die in Nederland niet is verzekerd voor de sociale verzekeringen, moet in de Nederlandse pensioenregeling rekening worden gehouden met de inbouw van AOW. De inbouw is niet afhankelijk van het al of niet verzekerd zijn voor een met de AOW overeenkomende regeling in het buitenland.16. Bij een beschikbare premieregeling wordt op het pensioeningangstijdstip getoetst of het pensioenkapitaal de 100% grens overschrijdt. Het eventuele surpluskapitaal wordt ineens in de loonheffing betrokken.17. Als bij een beschikbare premieregeling de feitelijke pensioeningangsdatum wordt uitgesteld en wordt doorgewerkt mag de 100%-toets niet altijd worden uitgesteld tot de feitelijke ingangsdatum. Als geen verdere pensioenopbouw plaatsvindt wordt de toetsingsdatum uitgesteld. Wordt de opbouw voortgezet, dan vindt doorlopende toetsing plaats. Goedgekeurd is dat men het premiepercentage uit de laatste leeftijdsklasse van de bestaande staffel blijft hanteren.18. De 100%-grens voor contante uitkeringen bij ingang van het pensioen vóór de in de regeling vastgestelde pensioendatum wordt niet actuarieel herrekend. Deze grens is absoluut.19. Bij samenloop van verschillende pensioenstelsels vindt op de pensioendatum geen aparte toetsing plaats voor elk onderdeel van de pensioenregeling aan de 100%-grens. Er is op dat moment één ouderdomspensioen dat moet worden getoetst aan één pensioengevend loon. Terug naar overzicht

Onze gegevens

Rijksweg 297-RD
1991AA Velserbroek
T 023 538 29 11
E aaa1@quicknet.nl
KvK 34063598

Adviesbureau voor Administratieve Automatisering

Administratiekantoor Van den Belt is voor u het juiste adres voor betaalbaar en deskundig advies. Met een team van vijf personen zijn wij een kantoor dat met u mee denkt in het belang van uw bedrijf.