Aftrek voorbelasting bij latere vrijgestelde verhuur

14 oktober 2011

Ondernemers hebben recht op aftrek van omzetbelasting die door andere ondernemers in rekening wordt gebracht voor leveringen of diensten, voor zover zij deze leveringen of diensten gebruiken voor belaste prestaties. De verhuur van onroerende zaken is een vrijgestelde prestatie. Op gezamenlijk verzoek van de verhuurder en de huurder is echter belaste verhuur mogelijk van bedrijfsmatig gebruikte onroerende zaken. Bij gebruik van een onroerende zaak voor belaste verhuur heeft de verhuurder recht op aftrek van voorbelasting; bij vrijgestelde verhuur heeft de verhuurder geen recht op aftrek van voorbelasting. Afhankelijk van de indeling van een onroerende zaak is het mogelijk om deze gedeeltelijk vrijgesteld en gedeeltelijk belast te verhuren. De aftrek van voorbelasting geschiedt dan naar rato van het gebruik voor belaste prestaties.

 

Een onroerende zaak die bestemd was voor de verhuur was op het moment van levering nog niet geheel verhuurd. Voor zover de zaak verhuurd was, gebeurde dit vrijgesteld van omzetbelasting. Hof Amsterdam was van oordeel dat bij gebrek aan aanwijzingen voor het tegendeel het nog niet verhuurde deel was bestemd voor vrijgestelde verhuur. De verhuurder had volgens het hof geen recht op aftrek van omzetbelasting gedurende de periode van leegstand. Dat oordeel is echter volgens de Hoge Raad niet juist. Een ondernemer heeft alleen dan geen recht op aftrek voor zover hij een bedrijfsmiddel gebruikt voor vrijgestelde prestaties. Omdat het leegstaande deel van het verhuurde pand niet werd gebruikt voor vrijgestelde prestaties, had de ondernemer voor dat deel van de op het pand drukkende belasting wel recht op aftrek.

 

Na verwijzing moest Hof Den Haag onderzoeken of de aftrek van voorbelasting in verband met de vrijgestelde verhuur van een gedeelte van de vierde etage met ingang van 1 juli 2002 moest worden herzien. Het hof was van oordeel dat de verhuurder de met betrekking tot de vierde etage in aftrek gebrachte omzetbelasting op 1 juli 2002 in zijn geheel verschuldigd was geworden, omdat de verhuurder op dat moment de zaak voor onbelaste prestaties was gaan gebruiken. Dat oordeel is niet juist, omdat het uitgangspunt van het arrest van de Hoge Raad was dat de verhuurder op 1 november 2001 over het pand als geheel had beschikt voor bedrijfsdoeleinden. De verhuurder kon dat in 2002 niet nogmaals doen. De aftrek van voorbelasting moest dus niet in zijn geheel worden teruggenomen zoals het hof meende, maar worden herzien voor maximaal 10% per jaar op grond van de herzieningsregeling van de Uitvoeringsbeschikking Omzetbelasting.

Terug naar overzicht

Onze gegevens

Rijksweg 297-RD
1991AA Velserbroek
T 023 538 29 11
E aaa1@quicknet.nl
KvK 34063598

Adviesbureau voor Administratieve Automatisering

Administratiekantoor Van den Belt is voor u het juiste adres voor betaalbaar en deskundig advies. Met een team van vijf personen zijn wij een kantoor dat met u mee denkt in het belang van uw bedrijf.