Afschrijving vastgoed

10 augustus 2007

De Hoge Raad heeft een arrest gewezen over de afschrijving op participaties in vastgoedmaatschappen die beleggen in verhuurde kantoorpanden. In geschil was of afschrijving mogelijk was en vervolgens hoe de afschrijving bepaald moest worden. Bij deze laatste vraag speelden meerdere factoren een rol, zoals de bepaling van de restwaarde van grond en opstal en de mogelijke invloed op de restwaarde van inflatie en andere omstandigheden die de waardeontwikkeling beïnvloeden. Verder was de vraag of progressief moet worden afgeschreven en of de afschrijving bepaald moet worden op basis van de verwachte bezitsduur van de betreffende participatie of met de gebruiksduur van het object. In de voorafgaande procedure omschreef Hof Amsterdam de afschrijving op verhuurde onroerende zaken als de verdeling van de historische kostprijs over de jaren waarin de onroerende zaken voor de belanghebbende een bron van inkomen vormen. De grondwaarde moet uit de historische kostprijs worden geëlimineerd omdat de grondwaarde als regel niet vermindert door gebruik of slijtage. Het Hof omschreef de te verwachten restwaarde als de waarde die het bedrijfsmiddel bij de beëindiging van het gebruik door de belastingplichtige in elk geval nog zal hebben. De voor een ondernemer geldende voorschriften van goed koopmansgebruik vereisen niet dat bij de bepaling van de restwaarde rekening wordt gehouden met niet zekere toekomstige waardestijgingen. Evenmin vereist goed koopmansgebruik dat de afschrijvingen doorlopend worden aangepast aan verandering van de restwaarde, behalve bij een blijvende aanmerkelijke waardeverandering. Een onroerende zaak vormt met de (onder)grond één bedrijfsmiddel. Bij de vaststelling van de restwaarde moet rekening gehouden worden met de waarde van de grond bij het einde van de gebruiksduur van de opstal. Wanneer de belastingplichtige naar verwachting de waardestijging van de grond niet door verkoop zal realiseren, maar de grond dienstbaar zal blijven aan de bedrijfsuitoefening hoeft bij de bepaling van de restwaarde geen rekening te worden gehouden met een eventuele waardestijging van de grond. Afschrijving gebeurt in jaarlijks gelijke delen, tenzij het gebruiksnut van de opstal onevenredig verloopt. Op basis hiervan maakt het voor de afschrijving niet uit of de jaarlijkse afschrijving wordt berekend over de subjectief bepaalde verwachte bezitsduur of over de objectief bepaalde gebruiksduur van de opstal. Terug naar overzicht

Onze gegevens

Rijksweg 297-RD
1991AA Velserbroek
T 023 538 29 11
E aaa1@quicknet.nl
KvK 34063598

Adviesbureau voor Administratieve Automatisering

Administratiekantoor Van den Belt is voor u het juiste adres voor betaalbaar en deskundig advies. Met een team van vijf personen zijn wij een kantoor dat met u mee denkt in het belang van uw bedrijf.