30%-regeling niet discriminerend

22 augustus 2011

De loonbelasting kent een bijzondere regeling voor werknemers die uit het buitenland afkomstig zijn en in Nederland in dienstbetrekking werken. Als aan een aantal voorwaarden is voldaan kan 30% van de totale bruto beloning als belastingvrije vergoeding van zogenaamde extraterritoriale kosten worden beschouwd. Deze 30%-regeling geldt voor een periode van maximaal 10 jaar. De looptijd van de regeling wordt verkort met perioden van eerder verblijf of eerdere tewerkstelling in Nederland. De voorwaarden hebben betrekking op de deskundigheid van de buitenlandse werknemer en de schaarste van deze deskundigheid op de Nederlandse arbeidsmarkt. Eén van de voorwaarden is dat de werknemer in het buitenland is geworven. Wanneer hij in Nederland woont op het moment waarop hij wordt aangenomen, geldt de 30%-regeling niet. De regeling is bedoeld ter bestrijding van de extra kosten van verblijf buiten het land van herkomst. De vraag is echter in hoeveel gevallen er sprake is van extra kosten, met andere woorden, hoe reëel het is om daarvoor een bijzondere regeling te hebben.

 

Een Nederlandse tandarts diende een verzoek in om toepassing van de 30%-regeling, hoewel hij niet voldeed aan de voorwaarden. De tandarts meende echter met toepassing van het gelijkheidsbeginsel toch recht te hebben op toepassing van de 30%-regeling. De inspecteur paste de 30%-regeling wel toe bij buitenlandse tandartsen.

Het gelijkheidsbeginsel is een van de beginselen van behoorlijk bestuur en houdt in dat gelijke gevallen in principe gelijk behandeld moeten worden. Voor een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel moet een ongelijke behandeling het gevolg zijn van:

- een afwijking van gevoerd begunstigend beleid,

- begunstiging van een bepaalde andere vergelijkbare belastingplichtige, of

- het in een meerderheid van vergelijkbare gevallen achterwege laten van een juiste wetstoepassing.

 

De rechtbank Den Haag oordeelde dat voor de toepassing van de 30%-regeling geen sprake was van gelijke gevallen. De stelling dat het ongerechtvaardigd is dat werknemers die uit het buitenland worden aangeworven wel in aanmerking kunnen komen voor vergoeding van hun extraterritoriale kosten nam de rechtbank niet in behandeling omdat hij de innerlijke waarde of billijkheid van de wet niet mag beoordelen.

 

In hoger beroep oordeelde Hof Den Haag dat van gelijke gevallen slechts sprake is indien deze gevallen rechtens en feitelijk vergelijkbaar zijn. De 30%-regeling geldt volgens de wet alleen voor uit het buitenland geworven werknemers die extraterritoriale kosten maken. Omdat de tandarts in kwestie geen uit het buitenland geworven werknemer was, was van rechtens en feitelijk gelijke gevallen geen sprake, aldus het hof. Op die grond wees het hof het beroep op schending van het gelijkheidsbeginsel af.

 

Het betoog dat de toepassing van de 30%-regeling in strijd is met het EVRM en het BUPO wees het hof af, omdat het hof meent dat een tijdelijke tewerkstelling in Nederland ontegenzeggelijk extra kosten meebrengt. Door de mogelijkheid tot vrije vergoeding van de extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst te beperken tot werknemers die vanuit hun land van herkomst tijdelijk in Nederland worden tewerkgesteld, heeft de wetgever volgens het hof de hem toekomende ruime beoordelingsvrijheid niet overtreden.

Terug naar overzicht

Onze gegevens

Rijksweg 297-RD
1991AA Velserbroek
T 023 538 29 11
E aaa1@quicknet.nl
KvK 34063598

Adviesbureau voor Administratieve Automatisering

Administratiekantoor Van den Belt is voor u het juiste adres voor betaalbaar en deskundig advies. Met een team van vijf personen zijn wij een kantoor dat met u mee denkt in het belang van uw bedrijf.